|
Uit de kerkenraad
Uit de kerkenraad
Van de voorzitter
Bemoediging
In het woord bemoediging zien we dat moed centraal staat. Deze twee woorden hebben dus behoorlijk met elkaar te maken.
Allereerst een nadere omschrijving van beide woorden:
Moed: de bereidheid de confrontatie met pijn, tegenslag en angst aan te gaan .
Minder confronterend: de bereidheid je nek uit te steken, je in het
onzekere te begeven, durf, lef. Dat kan zowel fysiek als moreel.
Algemeen: krachten hiertoe mobiliseren om te handelen.
Bemoediging: steunen, moed geven, hoop geven om die vereiste krachten te
doen ontstaan.
Vanaf onze jeugd zijn we ontvankelijk voor bemoediging omdat we die ook broodnodig hebben. We worden er dan immers op aangesproken dat we meer kunnen bereiken dan dat op dat moment het geval is. Dat geeft zelfvertrouwen en innerlijke kracht. In de opvoeding alsook in het volwassen bestaan is dit uitermate belangrijk. Het geeft existentiële geborgenheid en vrijwaart van angst,
elementen die bij een groot deel van de bevolking niet op orde zijn en zich vertalen in onzekerheid en angststoornissen. Door gebrek aan herkenbare en persoonlijke bemoediging zien we deze symptomen helaas bij veel (jonge) mensen opduiken. Gebrek aan structuur en bemoediging doet hen dan de moed ontnemen of in de schoenen zinken. Moedeloosheid en depressie zijn dan de uitersten.
Het is duidelijk dat moed en hoop twee belangrijke pijlers zijn onder het fundament van ons levenswerk.
Vanwaar wordt dit aangeleverd? Vanwaar komt de bemoediging?
Allereerst denken we dan aan de benadering in de opvoeding, aan de sfeer in de familie, aan de erkenning van je bezigheden en aan de liefde in relationele zin.
Dit alles heeft met de mens en de mensenwereld om ons heen te maken.
Helaas moeten we op dit moment constateren dat de spanningen in de wereld niet bemoedigen.
Maar daarnaast mogen we weten dat er uit dat andere deel van onze wereld, de Nieuwe Wereld, Gods wereld, heel veel bemoediging tot ons komt.
We hebben de Bijbel als Gods woord en daarin worden we aangesproken op onze verantwoordelijkheid met van de eerste tot de laatste bladzijde Goddelijke bemoediging als dominante kracht.
Hetgeen ons drijft gelovig te zijn, hetgeen ons drijft die eeuwigdurende geborgen existentie te zoeken, dat is juist die Goddelijke bemoediging.
Geloven roept bemoediging op en bemoediging zet aan tot geloven.
Voor het goede begrip hieronder enkele Bijbelse citaten met verwoording van moed en bemoediging:
Mozes in Deuteronomium: ”De Heere nu is het Die voor u uit gaat. Hij zal met u zijn. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten. Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld”.
Jezus in Mattheüs: ”Kom naar Mij toe allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven”.
Jezus in Johannes: ”Deze dingen heb ik tot u gesproken, opdat u in Mij vrede zult hebben. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen”.
1 Thessalonicenzen: ”Bemoedig elkaar daarom, en bouw de één de ander op”.
En dat geloof aanzet tot kracht:
Jesaja: ”maar wie de Heere verwachten, zullen hun kracht vernieuwen, zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden, zij zullen snel lopen en niet afgemat worden, zij zullen lopen en iet moe worden”.
Als we dit alles op ons laten inwerken moeten we concluderen dat de van God gegeven bemoediging bij ons krachten geboren doet worden die ons aanzetten tot een roeping en tot een levensdoel.
Vanuit Zijn bemoediging ontstaat ons zelfvertrouwen, onze overtuiging, onze kracht en onze moed om Hem te dienen en te eren. Diezelfde bemoediging roept op elkaar lief te hebben waarbij we bemoediging doorgeven.
Als we de moed hebben om uit en met geloof te leven, ons er in te verdiepen, wellicht naar de kerk of kerkelijke bijeenkomsten gaan, als we dus de moed hebben om Zijn Naam de centrale plaats te geven dan mogen we weten dat door het verlossende werk van Jezus Christus er altijd Goddelijke bemoediging zal zijn waardoor we ons gedragen mogen weten.
Moed wordt dan beloond.
Ik roep u op:
Heb de moed uzelf open te stellen voor de ontvangst van deze bemoediging.
Met vriendelijke groet, mede namens de kerkenraad, A.P. v. E.
|