|
|
» De Gemeente » Meditatie
|
Hervormde Gemeente Rockanje
|
|
Meditatie
Meditatie
MARIA BIJ HET LEGE GRAF: EEN NIEUW BEGIN
Mag ik u meenemen naar het allereerste paasmoment, door de ogen van Maria van Magdala, zoals Johannes dat heeft opgetekend in Joh.20:1-18?
Ik ben Maria van Magdala
ik was in mijn leven bezeten
zeven geesten als beesten.
Voor mij hoeft u niet meer te vrezen,
want de Heer heeft mij genezen,
de Heer heeft mij gezien
en onverwacht ben ik opnieuw geboren en getogen.
Hij heeft mijn licht ontstoken in de nacht
gaf mij een levend hart en nieuwe ogen.
Voor Maria was Jezus niet zomaar een leraar. Hij had haar leven veranderd. Haar band met Hem was hecht, persoonlijk, intiem.
Op de eerste dag van de week, nog voor het ochtendlicht, gaat zij naar het graf. Haar hart is zwaar van verdriet. De man in wie zij gelooft, die haar hoop is, is er niet meer.
Wat zoekt zij bij een graf? Zoekt de liefde niet altijd wegen om zich te uiten?
Bij het graf wordt zij geconfronteerd met chaos: de grote steen is weggerold, het lichaam verdwenen. Haar ontreddering is intens.
Ook Petrus en Johannes zullen later dezelfde ontreddering voelen, wanneer zij uit de mond van Maria, die naar hen is toegesneld, te horen krijgen dat de Heer uit het graf was weggehaald en zij daar polshoogte gaan nemen.
Wij zien Maria op een gegeven moment opnieuw bij het graf staan, huilend. Haar verdriet is diep, herkenbaar voor ons allemaal: relaties die stuklopen, geliefden die ons ontvallen, ziekten die ons beperken, eenzaamheid en pijn.
Het moment van Maria is een donker moment, vol van wanhoop.
Dan gebeurt het onverwachte. Maria buigt zich voorover en ziet twee engelen.
‘Waarom huil je?’
Maria is zo overmand door verdriet dat ze slechts herhaalt wat ze dacht: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze Hem hebben neergelegd’. Haar hart, haar hoop, haar hele wezen is gericht op dat ene: de Heer.
Dan keert Maria zich om. Ze wendt zich van het graf af. En daar staat Hij…
Iemand die haar kent, tot in het diepst van haar ziel.
In eerste instantie herkent ze Hem niet. Ze denkt dat het de tuinman is.
‘Maria!’
Op dat moment wordt zij wakker. Zij ziet Jezus zoals Hij nu is: opgestaan, verheerlijkt, een lichaam dat nieuw en anders is, maar toch hetzelfde.
Dit is niet alleen een verhaal uit het verleden, maar ook een uitnodiging voor nu. Wanneer wij ons omkeren van onze pijn, onze blindheid, ons verdriet, dan staat Hij daar: in ons leven, in onze stilte. Hij roept ons bij onze naam.
Wij mogen herboren worden, opnieuw beginnen, zoals Maria dat deed.
De opstanding van Jezus is het begin van Gods nieuwe wereld, Zijn nieuwe schepping. Zoals in Genesis de eerste dag de chaos wordt doorbroken door het woord van God, zo doorbreekt het leven van de Opgestane onze duisternis, gebrokenheid en wanhoop.
Ja, Jezus is in feite de tuinman, die alle obstakels wegschept. Rembrandt heeft er een prachtig schilderij van gemaakt: een tuinman met een hoed van stro en een schop in zijn hand.
Jezus heeft een schep om de zware stenen die op ons hart liggen weg te scheppen, om de woestenij in ons eigen leven en in de wereld om te bouwen tot een tuin, rijker nog dan de Hof van Eden. Hij zorgt ervoor dat ons leven nieuw wordt, dat het opnieuw mag beginnen, dat het kan bloeien in geloof, hoop en liefde.
Zo wil Hij bezig zijn in ons leven én in deze wereld, die eens volledig getransformeerd zal worden tot een plek waar de hemelse werkelijkheid ten volle de aardse in alle uithoeken zal doordringen. Een werkelijkheid zonder ziekte en verdriet, zonder dood, kwaad, gebrokenheid en tranen…
Een werkelijkheid die ook onze toekomst is, wanneer wij ons bij de naam laten roepen en aan die roepstem gehoor leren geven.
Zo leert Maria ons dat zelfs in de meest uitzichtloze momenten een nieuw begin mogelijk is. In de ontmoeting met de Opgestane wordt verdriet omgezet in vreugde.
Ik ben Maria van Magdala,
ik ben droevig naar een dode Here gegaan
en heb met tranen bij Zijn open graf gestaan.
Ik wilde Hem de laatste eer bewijzen
en was vergeten, dat Hij zou verrijzen.
Dat Hij verrezen was, begreep ik later pas,
omdat ik nog niet wist, hoe eind'loos groot Hij was.
Soms denkt de liefde klein van 't liefste wezen
om eigen kleinheid en om eigen vrezen.
In wanhoop wilde ik de Meester zoeken gaan,
maar plotseling hoorde ik Zijn stem: Hij zei mijn naam!
Nu ik door Jezus zó mijn naam mocht horen
ben ik tot leven uit de dood herboren!
Ds. William Quak
|
| |
|
|
|
|